Nieuwsbrief nr 01
December 2011

Conservering 3500 uur videokunst in volle gang

Picture
Nicolas Provost, ‘Stardust’, 2010, 19'52'', Videostill, collectie NIMk

Het tweejarige project Behoud Mediakunst Collectie Nederland is nu bijna anderhalf jaar op streek. Veertien videokunstcollecties worden geconserveerd zodat ze in de toekomst toegankelijk blijven. Daarnaast behelst het project twee onderzoeken: naar de omgang met digital born art in Nederlandse musea en naar de auteursrechtelijke aspecten rond het online vertonen van videokunst.* De resultaten van beide onderzoeken en de actieplannen die eruit voortkomen, worden in de loop van 2012 gepresenteerd. Ondertussen is het Nederlands Instituut voor Mediakunst (NIMk) druk bezig met de fysieke conservering van 3500 uur videokunst. Gaby Wijers en Wiel Seuskens zijn de drijvende krachten in het projectteam. Zij spreken van videoconservering 3.0; het is de derde keer dat NIMk deze taak op zich neemt.


Ongecomprimeerd


Deze fase in de videoconservering onderscheidt zich op verschillende manieren van de vorige fasen. Niet alleen heeft dit project meer deelnemers en meer te conserveren materiaal, maar ook de technische aspecten zijn anders. Wiel Seuskens ging bij NIMk werken tijdens het project Play-out (2007-2009), de onderzoekfase waarin bekeken werd hoe de volgende stap in de videoconservering er uit zou moeten zien. Op grond van de bevindingen is gekozen voor Uncompressed Avi opgeslagen op LTO-tape en MPEG’s 2 en 4 voor presentatiedoeleinden en online vertoning. Hiermee speelt NIMk in op de toenemende behoefte aan toegankelijkheid van de collecties naast de conservering, digitalisering en opslag ervan.

Ontwikkelingen


Seuskens en het technische team van NIMk zijn voortdurend op zoek naar de mogelijkheden die de markt biedt voor de conservering van de videomateriaal. Samen met gelijkgestemde instellingen als Eye, Instituut voor Beeld en Geluid maar vooral ook EAI en ZKM, houden ze de ontwikkelingen bij op de consumenten- en professionele markt om zo de beste combinatie van soft- en hardware te vinden. Omdat het gaat over kunstwerken zijn niet zomaar andere gangbare methodes over te nemen die bijvoorbeeld gebruikt worden bij de digitalisering van archieven. Het belangrijkste verschil zit in de manier waarop met integriteit en authenticiteit wordt omgegaan. De videokunstwerken moeten ongecomprimeerd worden bewaard, terwijl in de meeste digitaliseringprocessen sprake is van de compressie van de brongegevens. Dit gebeurt voor videokunst alleen in tweede instantie, bijvoorbeeld voor presentatiekopieën.

Verantwoording


Wiel: "We moeten ons steeds van alles afvragen om de uiteindelijke keuzes te kunnen verantwoorden. Er is continu onderzoek nodig om de beste opties te kunnen kiezen met het oog op duurzaamheid.” Zo is aan de partners van het project de optie van ‘ maskering’ voorgelegd van de MPEG’s. Dit is een manier om de rafelige randen van het beeld die achter de randen van de oude monitoren wegvielen, weg te werken zodat ze op de huidige platte schermen niet te voorschijn komen. Gaby: “Het eerste videoconserveringsproject, ruim tien jaar geleden, stond vooral in het teken van ethiek en de angst voor verandering van het authentieke werk. In deze derde fase gaat het veel meer over de techniek en de keuzes daarin.”

Leerzaam


De angst voor aantasting van het oorspronkelijke werk heeft NIMK volledig weggenomen door de transparante aanpak. De deelnemers “De bijeenkomsten maken duidelijk dat er goed en zorgvuldig gewerkt wordt en dat we doordachte keuzes krijgen voorgelegd. Elke keer leren we weer iets bij en krijgen we handvatten om duidelijk uit te leggen binnen onze organisatie hoe de zorg voor dit onderdeel van onze collectie eruitziet. Ook het onderling contact met andere collectiebeheerders is fijn en handig: je weet elkaar makkelijker te vinden als je weer eens samen om de tafel hebt gezeten en merkt dat alle betrokkenen met dezelfde vraagstukken te maken hebben.”

*Deelnemende videocollecties: Van Abbemuseum, De Appel, Bonnefantenmuseum, Museum Boijmans Van Beuningen, Groninger Museum, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Kröller-Müller Museum, Nederlands Instituut voor Mediakunst (inclusief Lijnbaan Centrum, Montevideo, Time Based Arts, Mickery), Rijksakademie, Stedelijk Museum Amsterdam Gemeentemuseum Helmond; Centraal Museum, Frans Hals Museum, V2, SCHUNK.
Partners in de onderzoeken naast NIMk en SBMK: VP, DEN en Kennisland.
  Benno Tempel nieuwe voorzitter bestuur SBMK
Evert van Straaten neemt in het voorjaar van 2012 afscheid als directeur van het Kröller-Müller Museum en daarmee van de SBMK, waarvan hij 16 jaar bestuursvoorzitter was. Zijn opvolger is Benno Tempel, directeur van Gemeente museum Den Haag.

– - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - –
COLUMN - Evert van Straaten
directeur Kröller-Müller Museum en bestuursvoorzitter SBMK
– - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - –
Een uniek samenwerkingsverband
De misschien wel belangrijkste bijdrage van beeldend kunstenaars aan de maatschappij bestaat uit het verrijken en verdiepen van onze kijkervaringen. Hoe prikkelender en verrassender hun beeldproductie, hoe inventiever hun materiaalgebruik en hoe innovatiever hun technisch vernuft zijn, des te meer aanspraak maken ze op onze belangstelling en bewondering.

Een goede kunstenaar is in staat zijn materiaal te bezielen. In de afgelopen honderd jaren is gebleken dat hij daarbij geen genoegen meer nam met het toepassen van traditionele materialen en technieken, maar de uiterste grenzen heeft opgezocht en letterlijk alles heeft aangeraakt om (te proberen) er goud van te maken: van etensresten tot balpeninkt op kunstzijde, van schuimplastic tot het stof uit de wasdroger en van weggeworpen buskaartjes tot diamanten op een menselijke schedel. Van heel veel relatief nieuwe materialen - denk aan kunststoffen- vinden we het ondertussen volstrekt normaal dat we ze in kunstwerken aantreffen. Film, video en nieuwe media zijn in de kunst niet meer weg te denken.

Het kan niet anders dan dat in de musea van hedendaagse kunst deze praktijk zijn neerslag heeft gevonden in de collecties. Het doel van deze musea om representatieve en belangrijke kunstwerken uit het economische verkeer te onttrekken en een bijzondere status te geven, leidde er nu eenmaal toe om ook werken te verzamelen met een aantoonbaar kortere levensduur dan een bronzen beeld of een ambachtelijk vervaardigd schilderij.

De diversiteit van de problemen, zowel van puur technische als van filosofische aard, die de zorg voor deze kunstwerken met zich meebracht, leidde begin jaren negentig van de vorige eeuw tot een uniek samenwerkingsverband van Nederlandse musea met hedendaagse kunst in hun verzamelingen. De conservatoren en restauratoren van deze musea zochten elkaar op om hun dringende onderzoeksvragen rond ongewoon materiaalgebruik en ongebruikelijke technische toepassingen in de kunst te bespreken en een actieprogramma op te stellen over hoe er mee om te gaan. Van het begin af aan zocht men naar collegiale en interdisciplinaire samenwerking binnen en buiten de musea en was het doel om ontwikkelde kennis en inzichten vrij met de buitenwereld te delen.

De SBMK, want zo werd de stichting genoemd die als koepel voor de activiteiten werd opgericht, bestaat nu zestien jaar en blaakt van levenslust. Ze fungeert als denktank en aanjager van (pilot)projecten. Internationaal was ze een pionier en een inspiratiebron en ze heeft een formidabel netwerk aangelegd. Van het begin af aan was ik de voorzitter van het bestuur. De taak van het bestuur was het om de opborrelende ideeën van de museummedewerkers een kader te geven en te zorgen voor de financiering ervan. Een indrukwekkende serie projecten kon zo uitgevoerd worden. Ik ben daar erg trots op. Ik geef nu het stokje over aan Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag. Ik dank alle betrokkenen voor hun enthousiaste inzet en wens de SBMK een gouden toekomst!

– - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - –
     


Als u onze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, meldt u zich dan hier af.